Peter, hoofd zorg in Lier

Dit is mijn eerste job. Ik merkte al tijdens de stages op de hogeschool dat ik mijn draai niet echt vond in het ziekenhuis. Dat was me te strikt en te geregeld. Hier vond ik de zelfstandigheid en de verantwoordelijkheid die ik nodig heb. Zo begin ik erg vroeg aan de dag. Om zeven uur ben ik al bij mijn eerste patiënt. En dan zie ik er ongeveer twaalf in vier uur. Een stevig tempo van wassen, spuitjes geven, wondverzorging, ... zeker omdat je onderweg ook de administratie op orde moet houden en telkens de verplaatsing naar de volgende patiënt moet doen. Maar die twee laatste dingen zijn hier erg goed geregeld. Ik verlies onderweg geen seconde tijd en ben dus altijd rond elf uur klaar met mijn ronde. In de late namiddag begin ik dan soms nog een avondronde.

Als je hier werkt, moet je voortdurend sociale en technische taken combineren. En hoewel die laatste natuurlijk het belangrijkst zijn vanuit medisch oogpunt, vinden de patiënten vooral dat sociale contact cruciaal. Onlangs had ik bijvoorbeeld voor het eerst een kindje op mijn ronde. Dat is helemaal anders natuurlijk, en het was voor mij ook wel wat aanpassen. Hoewel: ik ben altijd een echte speelvogel geweest – dat ben ik nog. En dus duurde het maar even voor ik van ‘vreemde meneer’ naar ‘coole verpleegkundige’ veranderd was. Op die manier wordt een dagelijks prikje minder eng voor kinderen. Daar leef ik helemaal van op.

Thuisverpleging. Meer dan een job. Peter, verpleegtechnisch support verpleegkundige, vertelt.